woensdag 4 oktober 2017

that kind of feminist/ sara ahmed

‘I have always resisted the idea that feminist killjoys mature, grow by growing up, and that maturity is about becoming less volatile. Maturity is without question the wrong term for my attempt to think through timing. The idea that maturing out of being a feminist killjoy assumes or hopes that feminism itself, or at least being that kind of feminist, the wrong kind, the one who always insists on making feminist points, the one who is angry, confrontational, is just a phase you are going through.

If being a feminist killjoy is a phase, I willingly aspire to be a phase.

The idea that you mature out of being a feminist killjoy, that in growing up you unbecome her, also implies a linear development and progression: as if being unaffected or less bothered is the point you should reach; what you should aim to reach. It associates maturity with giving up, not necessarily conviction as such, but the willingness to speak from that conviction.’ p173

Sara Ahmed, Living a Feminist Life.

vrijdag 29 september 2017

to still the yammering brain/ kathleen jamie

‘This is what I want to learn: to notice, but not to analyze. To still the part of the brain that's yammering, My god, what's that? A stork, a crane, an ibis? — don't be silly, it's just a weird heron. Sometimes we have to hush the frantic inner voice that says Don't be stupid, and learn again to look, to listen. You can do the organising and redrafting, the diagnosing and the idenitying later, but right now, just be open to it, see how it's tilting nervously into the wind, try to see the colour, the unchancy shape — hold it in your head, bring it home intact.’ p42

Kathleen Jamie, Findings.

woensdag 20 september 2017

fake/ the woman upstairs

‘It occurred to me, not for the first time, that Lili's world was not so different from my dioramas, or even from Sirena's installations: you took a tiny portion of the earth and made it yours, but really what you wanted was for someone else – ideally, a grown-up, because a grown-up matters, has authority, but is also not the same as you – to come and see, to get it, and thereby, somehow, to get you; and all of this, surely, so that you might ultimately feel less alone on the planet. And what was also true was that I was happy to be in Lili's hidden lair – more than happy, I was honored – but after a few minutes I wanted to get out of it. I wanted to lift the blanket and climb back into the room and stretch my limbs and leave the dollies and their crumbs and their thimble-cups of cold tea (with milk, if you please) behind, and go back to my grown-up friends and their conversation. For fifteen of the twenty minutes I stayed in there, I was humoring her.
       And this was why, I told myself, I didn't want to show my art to anyone, even though showing it had always, from the beginning, been a large part of the point: I didn't want to show it because I didn't want to be humored. I didn't want anybody to feel they had to say nice things, or say anything at all, because I could tell they were fake, I could always tell, and I hated it. I didn't want anybody to tell me it wasn't any good – just as Lili would have been shocked if I'd said such a thing to her: these were not the terms of her world at all – and I didn't particularly want anyone to tell me it was good, either. I just wanted to be got, and I didn't trust that I would be.’ p69-70

Claire Messud, The Woman Upstairs

zondag 17 september 2017

make it burn/ the woman upstairs

‘ (..) I'm not an Underground Woman, harboring resentment for my miseries against the whole world. Or rather, it's not that I'm not in some sense an Underground Woman – aren't we all, who have to cede and swerve and step aside, unacknowledged and unadmired and unthanked? Numerous in our twenties and thirties, we're positively legion in our forties and fifties. But the world should understand, if the world gave a shit, that women like us are not underground. (..) We're always upstairs. We're not the madwomen in the attic – they get lots of play, one way or another. We're the quiet woman at the end of the third-floor hallway, whose trash is always tidy, who smiles brightly in the stairwell with a cheerful greeting, and who, from behind closed doors, never makes a sound. In our lives of quiet desperation, the woman upstairs is who we are, with or without a goddamn tabby or a pesky lolloping Labrador, and not a soul registers that we are furious. We're completely invisible. I thought it wasn't true, or not true of me, but I've learned I am no different at all. The question now is how to work it, how to use that invisibility, to make it burn.’ p6

Claire Messud, The Woman Upstairs.

zaterdag 16 september 2017

narcistische mishandeling (ii)

Ik heb het boek nog niet helemaal uit, maar kan al wel vaststellen dat ook het tweede boek van Iris Koops een prettig naslagwerk is. Waar Herstellen van narcistische mishandeling vooral onderzoekt wat narcistische mishandeling is en hoe je er achter komt of je daar inderdaad mee te maken hebt (gehad), helpt Je leven in eigen hand te dealen met het zwarte gat dat onstaat zodra er wordt geaccepteerd dat er inderdaad sprake is (geweest) van narcistische mishandeling.

Ik zeg heel stoer dat het een prettig naslagwerk is, maar het is ook een confronterend werk over wat er in de geest verschoven wordt om ruimte te maken voor de wil en gevoelens (/het bestaan) van een ander. De ruimte voor de narcist. Het zwarte gat dat overblijft als de invloed van die narcist langzaam wordt weggewerkt. Maar ook dat is lastig, want wat is een gevolg van die invloed en wat is daadwerkelijk van het zelf?

& inderdaad, wat te doen met de ruimte die onstaat? Hoe wek ik dat (verborgen/overgebleven) zelf weer tot leven? Uit Je leven in eigen hand:

Tijdens een relatie met een narcist of psychopaat ontwikkel je een bepaald overlevingsgedrag. Dit gedrag is erop gericht om te kunnen overleven binnen deze destructieve relatie. Het herstel is er juist op gericht, los te komen van deze relatie en bijbehorend gedrag. Het gaat erom weer jezelf te worden. Als je identiteit nauwelijks gevormd is of nooit tot uiting heeft mogen komen, is het moeilijk om de gebaande paden, namelijk het jou zo bekende overlevingsgedrag, te verlaten. Nieuwe wegen ontdekken vereist moed.’ p237

Hetzelfde boek (h)erkent waar de valkuilen liggen, hoe triggers werken & hoe deze op te vangen, en heel veel meer.

*

Bizar: de narcist is leeg maar zijn slachtoffer dient ruimte te maken; almaar meer ruimte te maken.

*

Ik heb aldoor de neiging dit alles nu te.. relativeren. Het is voor ‘normale’ (hierover zostraks meer) mensen ongetwijfeld moeilijk de gevolgen van narcistische mishandeling voor slachtoffers in te schatten. De vragen die men, naar ik mij voorstel, stelt zijn dan ook naïef: waarom deed je er niets aan? Waarom zei je er niet iets van? Dergelijke vragen leiden tot schaamte en twijfels, want inderdaad, waarom deed ik niet iets?

Ondertussen weet ik dat het niet zo simpel is: 1) ieder mens leeft slechts één leven, er is dus geen vergelijkingsmateriaal: het slachtoffer heeft geen idee van de abnormaliteit van de situatie; 2) de narcist luistert niet. Simpelweg, niet. Het maakt niet uit waar het om gaat: zolang je het niet met hem eens bent is hij niet geïnteresseerd in wat je te zeggen hebt. Dat geldt voor alles: aangeven wat je voelt, wat je ziet, waarom je iets wel of niet wilt, wat je mooi of lekker of lelijk vindt, waar je pijn voelt, waar de theedoek hangt, dat het regent — zolang de narcist het zelf niet (als dusdanig) ervaart wordt jouw ervaring niet serieus genomen. Als iets echt niet valt te ontkennen (denk aan missende ledematen, aan bloed: onomstotelijk bewijs), is het jouw eigen verantwoordelijkheid, ook als iemand anders (bijvoorbeeld de narcist zelf) jou iets heeft aangedaan.

Er wordt, kortom, keer op keer over je heen gewalst. Je bestaat maar je bestaat niet. Zo voelt het.
Ik weet niet hoe ik dit duidelijker kan maken.

*

Ik dacht lang dat het normaal was overal aan te twijfelen; mijn eigen ideeën, sensaties, ervaringen, minder serieus te nemen dan die van anderen. Zoals ik in mijn blogpost over Koops’ eerste boek al zei:

Jarenlang samenleven met een narcist kan er [..] voor zorgen dat de eigen beleving volledig verdwijnt.

De grens tussen de ander en het zelf bestaat dan niet. Het gevolg is dat er nooit een keuze wordt gemaakt zonder (lang) stil te staan bij de wensen en/of gevolgen van/voor anderen: in eerste instantie de narcist; later iedereen.

Van jongs af aan te maken hebben met een narcist is hard: je voelt je nooit veilig. Je weet nooit wat te verwachten: en dat is wat je wordt: in afwachting. Wel weet je dat er altijd een reactie zal komen (ook al is die reactie soms een langdurig zwijgen) en dus zul je moeten leren anticiperen en incasseren. Maar onberekenbare mensen zijn niet te vertrouwen, en onberekenbare mensen zijn niet eerlijk. Je leert al op jonge leeftijd dat er geen normen, geen waarden zijn die staan, en blijven staan ongeacht de situatie: niets is normaal. & dat geldt voor iedereen en alles, denk je te weten: het generaliseren wordt met de paplepel ingegoten. (Ik haat spreekwoorden, maar hier past het juist omdat ik ze verafschuw.)

En dus bestaat ‘normaal’ simpelweg niet: ik heb het woord jarenlang alleen tussen haakjes gebruikt, ik geloofde niet in het woord. Nu pas begin ik te beseffen dat het te maken heeft met een basis, met normen en waarden, en het recht op een eigen identiteit.

Ik begin meer dingen te beseffen.