i don't get angry, i get sad

‘For years, I described myself as someone who wasn’t prone to anger. “I don’t get angry,” I said. “I get sad.” I believed this inclination was mainly about my personality — that sadness was a more natural emotion for me than anger, that I was somehow built this way. It’s easy to misunderstand the self as private, when it’s rarely private at all: It’s always a public artifact, never fixed, perpetually sculpted by social forces. In truth, I was proud to describe myself in terms of sadness rather than anger. Why? Sadness seemed more refined and also more selfless — as if you were holding the pain inside yourself, rather than making someone else deal with its blunt-force trauma.

But a few years ago, I started to get a knot in my gut at the canned cadences of my own refrain: I don’t get angry. I get sad. At the shrillest moments of our own self-declarations — I am X, I am not Y — we often hear in that tinny register another truth, lurking expectantly, and begin to realize there are things about ourselves we don’t yet know. By which I mean that at a certain point, I started to suspect I was angrier than I thought.’

(..)

For a long time, I was drawn to “sad lady” icons: the scribes and bards of loneliness and melancholy. As a certain kind of slightly morbid, slightly depressive, slightly self-intoxicated, deeply predictable, pre-emptively apologetic literary fan-girl, I loved Sylvia Plath. I was obsessed with her own obsession with her own blood (“What a thrill ... that red plush”) and drawn to her suffering silhouette: a woman abandoned by her cheating husband and ensnared by the gendered double standards of domesticity. I attached myself to the mantra of her autobiographical avatar Esther Greenwood, who lies in a bathtub in “The Bell Jar,” bleeding during a rehearsal of a suicide attempt, and later stands at a funeral listening “to the old brag of my heart. I am, I am, I am.” Her attachment to pain — her own and others’ — was also a declaration of identity. I wanted to get it tattooed on my arm.

(..)

It took me years to understand how deeply I had misunderstood these women. I’d missed the rage that fueled Plath’s poetry like a ferocious gasoline, lifting her speakers (sometimes literally) into flight: “Now she is flying/More terrible than she ever was, red/Scar in the sky, red comet/Over the engine that killed her — the mausoleum, the wax house.” The speaker becomes a scar — this irrefutable evidence of her own pain — but this scar, in turn, becomes a comet: terrible and determined, soaring triumphant over the instruments of her own supposed destruction. I’d always been preoccupied with the pained disintegration of Plath’s speakers, but once I started looking, I saw the comet trails of their angry resurrections everywhere, delivering their unapologetic fantasies of retribution: “Out of the ash/I rise with my red hair/And I eat men like air.”’

uit Leslie Jamisons I Used to Insist I Didn't Get Angry. Not Anymore.

een weinig rebelse ode aan een rebelse dode

Om de tweehonderdste verjaardag van de Amerikaanse natuurfilosoof Henry David Thoreau (1817-1862) te vieren, verscheen eind vorig jaar Natuur als misverstand. Het boek is bedoeld als introductie, maar het is ook een ode aan Thoreaus gedachtegoed. Aan de hand van zijn ideeën worden enkele vragen over ‘natuur’ gesteld: wat is het, hoe moeten we het beschermen en waarom doen we dat?

Natuur als misverstand is vooral interessant vanwege de eigenzinnige essays van Jelle Reumer en Johan van de Gronden. De teksten bewijzen dat er te veel vanuit economisch belang wordt gedacht over natuurbehoud- en bescherming. Bovendien stellen de auteurs boeiende vragen. Reumer stelt in zijn essay Domesticatie van de wildernis bijvoorbeeld voor dat we moeten kijken naar de grenzen die natuurgebieden beschermen. Iets of iemand bedreigt de grond die door de scheidingslijnen wordt beschermd; wat gebeurt er aan de andere kant van die lijn? Wie wil die natuur vernietigen, en waarom?

Onvervangbaar
Het komt er op neer dat Nederland langzaam in een groot industriegebied verandert. Boerderijen zijn de nieuwe fabrieken. Het land is volledig gedomesticeerd, iedere vierkante meter heeft een bestemming, heeft nut. En wat is het nut van grond waar niets op geproduceerd wordt? Het levert geen geld op, is dat niet zonde? Reumer schrijft (terecht): ‘Alleen wanneer natuur de bestemming is, vindt men het ‘zonde’.’ Het feit dat natuurbescherming nodig is, dat grond eerder aan de landbouw dan aan de natuur gegund wordt, is een groot probleem. De natuur moet beschermd worden omdat wij mensen het bedreigen.

Thoreau zag dit al gebeuren. Als fervent wandelaar merkte hij op dat er met de jaren minder mogelijkheden voor zwerftochten zouden overblijven omdat er steeds meer hekken werden geplaatst: grond werd plotseling eigendom, privé of van de staat. Johan van de Gronden schrijft in zijn essay over dit probleem. Een zwerftocht zou een symbool moeten kunnen zijn voor het leven zelf. Als er niet langer verdwaald kan worden, wat betekent dat voor ons (dagelijks) bestaan? Thoreau was van mening dat er iets onvervangbaars verloren zou gaan; er is ruimte nodig om aan de maatschappij te kunnen (en mogen) ontsnappen.

Lef en lucht
Andere teksten in Natuur als misverstand zijn minder geslaagd. Een poging Jac. P. Thijsse (grondlegger van Natuurmonumenten) uit de vergetelheid te trekken door op overeenkomsten tussen hem en Thoreau te wijzen maakt alleen maar nieuwsgieriger naar de Amerikaan. Een wandeling met ecoloog Harm Piek voegt weinig tot niets toe omdat de uitwerking van het gesprek slechts een herhaling is van reeds behandelde feiten en ideeën.

Het is daarom maar de vraag of deze uitgave er in zal slagen om Thoreau nieuwe lezers te bezorgen. Liefhebbers van natuurboeken zullen al bekend zijn met de Amerikaan, en het genre is al een niche. Daar komt bij dat de teksten – met de genoemde essays van Reumer en van de Gronden als uitzondering; zij stellen de ongemakkelijke vragen – nogal braaf zijn. De wetenschappelijke achtergrond van de meeste schrijvers zit wellicht in de weg: alle teksten hebben een nette inleiding en conclusie, en zijn vooral informatief van aard. Er zit weinig lef en lucht in. De rebelse geest van Thoreau waart in slechts twee essays rond. Wat ook irriteert is dat vrijwel iedere bijdrage dezelfde passages uit het werk van Thoreau aanhaalt. Daardoor lijkt het alsof de inhoud van de verschillende stukken niet op elkaar is afgestemd; het is geen geheel.

Het voelt als een gemiste kans. Juist nu het zo belangrijk is om langer stil te staan bij het belang van natuur, en de ruimte die we de natuur gunnen, zou een boek met Natuur als misverstand als titel en Henry David Thoreau als onderwerp over dat grote misverstand mogen gaan. Dat zou ongetwijfeld een interessantere introductie op het werk en leven van Henry David Thoreau hebben opgeleverd.

the most fragile relationship in the world

‘The two sides of a secret are repression and expression, just as the two sides of the poem are the told and the untold. We must be careful not to take the word as the meaning itself; words do not “capture” a moment as much as they “communicate” it—they are a bridge that, paradoxically, breaks isolation and loneliness without eradicating it. It is the first experience you ever had of reading a decent poem: “Oh, somebody else is lonely, too!”

It is the most fragile relationship in the world.’

Mary Ruefle, ‘On Secrets’, Madness, Rack, and Honey. Collected lectures

there's nothing (to see)

‘Most visitors spend a day at the [Hancock Shaker] village, visiting all the buildings, the restaurant, the gift shop, and leave, village map in hand, without seeing the Shaker graveyard. Indeed, when I asked my guide directions to the graveyard she said, “But there's nothing to see!” And so I went. Across a field, over a footbridge, past a row of cornstalks, one turns and sees another empty field with a modest obelisk at its center. Here Lie the Shaker Dead—or something to that effect. At the beginning of this century, the elders decided to change the nature of Shaker burial and removed all of the individual headstones, using them for sidewalks, countertops, and ironing boards. Standing there one is confounded with the real Shaker theme—a simple, empty meadow full of the dead who have been stripped of their names, like the anonymous burying grounds of war, all individuals gone to a greater cause—which may be noble, and may be moving (..). By the way, nineteenth-century insane asylums also buried their dead without names—as if the deceased belonged to an anonymous collective insanity.’

Mary Ruefle, ‘On Theme’, Madness, Rack, and Honey. Collected lectures

*

dit verhaal over verdwenen namen —

ik las het 's avonds laat in bed, ik kon er niet van slapen.

ik begrijp niet dat het zo makkelijk is om gebeurtenissen te doen verdwijnen (decided to change/ removed all of the individual headstones). ik denk vaak na over wat ik niet weet en nooit zal kunnen weten. dat zwarte gat wordt almaar groter.

de stenen zijn er nog. sidewalks, countertops, ironing boards.

wie ligt waar?

a year in reading; 2017

I am aware that, every time I have a conversation with a book, I benefit from someone's decision against silence.  —Yiyun Li, ‘Amongst Characters’, Dear Friend, from My Life I write to You in Your Life

*

eergisteravond las ik Han Kangs Wit uit. al snel nadat ik erin was begonnen te lezen maakte het me niet langer uit wat ze schreef. mijn geest had zich al lang overgegeven, het boek is volledig van zichzelf waardoor ik haar ook geloofde als ik haar niet volledig begreep. 

Wit is met veel oog voor detail uitgegeven; het is een witlinnen hardcover boek met op de voorkant een andere tint wit voor de titel, en grijs voor de naam van de auteur. op de achterkant van het boek staat enkel een Koreaans karakter voor wit (in dezelfde kleur wit als de titel) gedrukt: 흰.
de binnenkant bestaat uit zwarte woorden op wit papier, en veel witte ruimte. ruimte voor de afwezigheid van woorden, voor het dwalen van de geest, voor spoken.

het boek zit vol spoken.
ik houd van spoken. 

spoken; verhalen die stil worden gehouden, niet verteld mogen worden: terra incognita; schaamte en angst, en vooral verdriet. denk ik. de mooiste verhalen gaan over vergeten of weggestopte dingen.

zoals ik al zei maakte het me op een gegeven moment niet langer uit wat Kang schreef; ik vertrouwde de schrijver volkomen: ik vertrouwde dat ze wist waar ze over schreef en dat ze schreef wat ze schreef omdat het niet anders geschreven kon worden, omdat zij het niet anders kon schrijven.

dat gebeurt niet zo vaak en ik wilde weten, nadat ik de laatste regels had gelezen, waarom dat gebeurde. en waarom juist dit boek. (toen viel ik in slaap. ik weet het niet, ik denk er nog steeds over na.)

dit zijn de boeken die ongeveer hetzelfde teweeg brachten:

*

er was natuurlijk meer dat ik met veel aandacht las:

Deborah Levy, Hot Milk 
Catherine Lacey, The Answers 
Adrienne Rich, The Dream of a Common Language
Rachel Cusk, Transit en Contouren
Katie Roiphe, Het uur van het violet
Kate Zambreno, O Fallen Angel
Jessa Crispin, The Dead Ladies Project
Elif Batuman, The Idiot
Claire Messud, The Woman Upstairs
Carry van Bruggen, Eva 
Louise Glück, Vita Nova

bij ieder boek heb ik het idee gehad dat de schrijver wist wat ze wilde (er staan toevallig geen mannen in mijn lijst en dat is niet verwonderlijk: ik las slechts zes door-een-man-geschreven boeken.) en dat er iets gebeurde dat ik nog niet kende: dat er was geschreven wat er geschreven moest worden —.

& nu lees ik The Vegetarian van Han Kang; ik smul van de onhandige manier waarop de man leeft sinds zijn echtgenote vegetariër is geworden; sinds ze zich niet langer conformeert. het is voor mij onmogelijk medelijden met de man te hebben, ook al is hij degene die me het verhaal vertelt; zijn gedachten en verwachtingen zijn afschuwelijk.

— het boek wacht op me.

idaho/ emily ruskovich

ik weet niet hoe het universum werkt maar ik kom in de boeken die ik lees, films die ik bekijk, plotseling met regelmaat vrouwen tegen die een moord plegen. al deze vrouwen doden schijnbaar zonder reden.

is dat mogelijk, iemand het leven afnemen zonder aanleiding?
mijn hoofd zegt automatisch nee; maar dat betekent niet (automatisch) dat de daad te verklaren is.

in Idaho van Emily Ruskovich sterft een jong kind. het is een adembenemend hete dag, er wordt bovendien zwaar lichamelijk werk verricht; het lichaam neemt het over van de geest?
het jonge kind sterft omdat haar moeder een klein bijltje in haar hand houdt;
dat is wat de schrijver ons laat weten,

the center of it all.

het verhaal verdwijnt met de moeder achter tralies, met het geheugen van de vader, met het andere kind dat niet stierf maar lijkt te zijn opgeslokt door wat ze misschien heeft gezien. niets is zeker, vast staat alleen dat het kind dood is, dat de moeder daar schuld aan heeft, dat het andere kind er niet meer is, dat de vader de feiten langzaam aan het vergeten is —

(maar het feit dat hij aan het vergeten is voelt ongemakkelijk, vooral omdat zijn vergeetziekte hem gewelddadig maakt: hij laat littekens achter)

(kunnen vergeten herinneringen fantoompijn veroorzaken?)

het verhaal verdwijnt grotendeels maar er blijven snippers achter, flarden van een verleden die later door andere personages opgevangen lijken te worden.

*

Idaho is geen puzzel die met de pagina completer wordt, het plot is tegelijkertijd geen plot omdat het verhaal nooit het centrum raakt: het beweegt er omheen want alles dat Ruskovich vertelt beweegt richting dat punt, of er vandaan. (vorm en inhoud vervlochten.)
of: een verhaal kent geen begin en einde want de wereld stopt niet met draaien (waarom stopt de wereld nooit met draaien) en dus kan in ieder moment een beweegreden gezocht, gevonden, worden: maar dat betekent niets.
betekenis is persoonlijk. betekenis staat niet gelijk aan reden of logica, is misschien wel een illusie. tegelijkertijd is het er omdat ik er ben, jij er bent: omdat er personen zijn om iets persoonlijk te maken, om iets betekenis te geven.

het verhaal gaat dus niet over het stervende kind en de bewegingen die haar lieten sterven, maar over het leven daarvoor, en het leven daarna, en dat is wat zo interessant is: hoe de wereld verder gaat terwijl er zojuist een tragedie heeft plaatsgevonden: hoe de wereld verder gaat. nooit staat de wereld stil.
(waarom staat de wereld nooit stil.)

Idaho is niet geïnteresseerd in het waarom, of, misschien wel (een beetje), maar niet dwingend of dringend want de moeder weet het zelf niet dus hoe kan het verhaal of de schrijver het wel weten.

misschien is dat wel waarom Ruskovich het verhaal grotendeels door een buitenstaander laat vertellen; een buitenlandse muzieklerares, zij die een jaar na die verstikkende dag trouwt met de vader.
hij is dan al aan het vergeten.
nooit vergat hij hoe hij al voor de dood van zijn jongste dochter een liefde voelde groeien voor de muzieklerares.
wel vergat hij hoe hij haar liederen neuriede, die dag dat zijn jongste dochter stierf.

maar wat is echt als de drie mensen die kunnen getuigen daar niet toe in staan zijn: er zijn geen woorden, geen herinneringen, er is geen aanwezigheid. en zo draait de wereld door, blijven buitenstaanders achter met slechts flarden van een verhaal.

*

Hij kent de namen van al die bergen die hij kan zien, elke naam van elke berg behalve die waarop hij staat. De wolken zijn zacht en grijs, de ijle, koude wind raakt zijn nek aan. Van de ramen van hutten in de verte komt een verblindende zilverglans, helemaal aan de andere kan van het dal, tussen de bomen op de tegenovergelegen bergen. Het gras hierboven is blauw. Lange, scherpe sprieten waar de honden tunnels in uitbreken met hun lijf. De keien hebben water in hun groeven, korstmos, als getijdenpoelschepsels die zich uitspreiden in het flauwe zonlicht. Beneden vliegen de kraaien heen en weer tussen de toppen van de ceders. Hierboven zijn alleen maar kleine bomen, waarvan de wortels over de rotsen ploeteren.

some notes on lying

uit het essay ‘Woman and Honor: Some Notes on Lying’ (On Lies, Secrets, and Silence. Selected Prose 1966-1978, Norton 1995 p. 187-188) van Adrienne Rich:

The liar often suffers from amnesia. Amnesia is the silence of the unconscious.

To lie habitually, as a way of life, is to lose contact with the unconscious. It is like taking sleeping pills, which confer sleep but blot out dreaming. The unconscious wants truth. It ceases to speak to those who want something else more than truth.

In speaking of lies, we come inevitably to the subject of truth. There is nothing simple or easy about this idea. There is no "the truth," "a truth"— truth is not one thing, or even a system. It is an increasing complexity. The pattern of the carpet is a surface. When we look closely, or when we become weavers, we learn of the tiny multiple threads unseen in the overall pattern, the knots on the underside of the carpet.

This is why the effort to speak honestly is so important. Lies are usually attempts to make everything simpler—for the liar—than it really is, or ought to be.

In lying to others we end up lying to ourselves. We deny the importance of an event, or a person, and thus deprive ourselves of a part of our lives. Or we use one piece of the past or present to screen out another. Thus we lose faith even with our own lives.

The unconscious wants truth, as the body does. The complexity and fecundity of dreams come from the complexity and fecundity of the unconscious strugglin to fulfill that desire. The complexity and fecundity of poetry come from the same struggle.

//