zondag 10 december 2017

wat nu als kippen vermomde engelen zijn

WEESVRAGEN
Anne Vegter
uit Wat helpt is een wonder

wat zeggen we liever, ja of nee
wat kunnen we niet delen
wat is het gewicht van een vraag
wat kunnen planten horen
wat is de lucht waard die we uitademen
wat weten kleuters van het gareel waar ze in lopen
wat weegt een emotie

waar is de gedachte die ons niet te binnen schiet

waarom zingen vogels nooit vals
waarom houden we van fonteinen
waar slaan we onze dromen op
waarom ben ik een raadsel voor mezelf
waarom verdragen we het leed van anderen
waar houdt ons geweten zich op
waarom verdragen we extern gezag
waarom worden de halfjes bruin steeds kleiner
waarom zijn daden meer waard dan motieven
waar is mijn andere sok

waarom raken onze seksuele fantasieën sleets

waar blijven de gezichten die ik zag
waar zijn al mijn tweede sokken
wanneer is ons geheugen vol

waarom geloven we

welke daden zijn maar woorden
welk bezit kan ons gestolen worden
welke gewenning maakt ons tot slachtoffer
welke gewenning maakt ons tot dader

hoe verdwijnt ons geweten
hoeveel liefde verdragen we
hoe groeit ons geweten aan
hoe hoog kan de spanning worden tussen waarheid en woede
hoeveel stemmen kunnen we onthouden

hoe kunnen we omgaan met onzekerheid over onszelf
wat kan ik nog zeggen als iedereen praat
hoe kunnen we omgaan met onzekerheid over de wereld

wat is het verband tussen schoenen en sleutels
wat is het verband tussen armoede en natuurrampen
wat is het verband tussen klankdichters en het effect van hypnotherapie
wat is het verband tussen olieprijzen en vluchtelingen
wat is het verband tussen kindertijd en dictatuur
wat is het verband tussen het koningshuis en Wikipedia
wat is het verband tussen scholing en egoïsme
wat is het verband tussen deemoed en armoede
wat is het verband tussen netwerk en rijkdom
wat is het verband tussen globalisme en eenzaamheid
wat is het verband tussen discipline en publieksaantallen
wat is het verband tussen Schönberg en Bach

waarom worden onze schulden steeds meer waard

wat nu als asielzoekers een partij oprichten
wat nu als kippen vermomde engelen zijn
wat nu als het belastingparadijs vol is
wat nu als Europa zich beperkt tot een muur
wat nu als de Neanderthaler niet is uitgestorven
wat nu als alle kleuren vervagen
wat nu als liefde overschat wordt
wat nu als porno heel gezond is
wat nu als de wetenschap zich vergist
wat nu als de wetenschap zich niet vergist
wat nu als nadenken te duur wordt
wat nu als god toch bestaat

zaterdag 9 december 2017

over verspilling en verwildering

Onlangs kwam ik de volgende afbeeldingen tegen:




marco cadioli, squares with concentric circles seen from above
from the google earth satellite

Ik wist waar ik naar keek omdat ik een paar jaar geleden de documentaire Watermark (2013; een aanrader) zag, waarin wordt gekeken naar de manier waarop de mensheid met 's werelds water omgaat. Squares with concentric circles seen from above from the google earth satellite (klik hier voor meer) is een voorbeeld van wat we de aarde aandoen, hoe we de aarde gijzelen. Dit zijn afbeeldingen die gevangenschap illustreren.

De cirkels hierboven zijn het gevolg van desert agriculture: het bedrijven van landbouw op plekken waar het normaal gesproken weinig tot niet regent, en waar de grond dat dus eigenlijk niet aankan (o.a. Texas, Kansas). Daar wordt gebruik gemaakt van een irrigatie-systeem dat center pivot irrigation heet, een manier van beregenen waarbij een enorme arm rond een centraal aanvoerpunt draait.

Dit irrigatie-systeem maakt gebruik van grondwater waar steeds dieper voor moet worden geboord.

Ik moest aan Cadioli's cirkels denken toen ik onlangs De vlucht van de hommel van Dave Goulson las. Dit boek bestaat grotendeels uit reisverslagen: in verband met zijn wetenschappelijke werk wordt Goulson regelmatig uitgenodigd om hommels te komen (be)zoeken. Tijdens zo'n werkbezoek aan Californië (waar men last heeft van aanhoudende droogte, een direct gevolg van het plaatsen van de Glen Canyondam) werd hij met de neus op de feiten gedrukt omtrent het waanzinnige waterverbruik ten behoeve van landbouw (volgens Watermark gaat 70% van het water dat de mens gebruikt naar de landbouw):

Sommige amandeltelers hebben het recht het slinkende rivierwater voor irrigatiedoeleinden te gebruiken, maar anderen niet, en zij zien zich genoodzaakt diep in waterhoudende grondlagen te boren om water op te pompen. Boorbedrijven werken zich een slag in de rondte en er zijn wachtlijsten van een jaar. Moesten ze eerst misschien slechts een meter of 150 diep boren voor ze op water stuitten, tegenwoordig moeten ze twee keer zo diep gaan (..). Het is bovendien verontrustend: het water uit die grondlagen, dat daar misschien wel duizenden of zelfs miljoenen jaren opgeslagen heeft gelegen, wordt opgebruikt. Er wordt niet op toegezien en bijgehouden hoeveel water er wordt opgepompt, noch hoeveel putten er worden geslagen (..). Dat is niet alleen een probleem in Californië: in de hele VS wordt elk jaar de verbijsterende hoeveelheid van 25 kubieke kilometer water opgepompt. (p163)

1 kubieke kilometer = 1 kilometer × 1 kilometer × 1 kilometer.

*

Er staan (gelukkig) ook positieve verhalen in De vlucht van de hommel. Goulson vertelt onder andere over een ‘regenwoud in de monding van de Theems’, West Thurrick Lagoons (of Oliver Road Lagoon). Het gebied, waar eerst een kolencentrale stond, werd gebruikt om gepulveriseerde as te dumpen. Na zo'n twintig jaar met rust te zijn overgelaten bleek de plek ineens interessant wild leven te bieden; zo interessant dat er naar verluid zeldzame hommels wonen.

Vanwege de interessante begroeiing, en het unieke leven aldaar, probeerden natuurorganisaties het dreigende verkoop van het gebied te voorkomen. Dat is slechts deels gelukt, maar het is deels gelukt: meestal gaat economie voor ecologie.

west thurrick lagoons, londen

Een ander voorbeeld is Canvey Island. Het ligt direct aan de Theems, waardoor het ooit een getijdengebied was en er dus van alles leefde: weekdieren, waadvogels, en zo meer. In verband met overstromingen werd er besloten een betonnen zeewering te plaatsen. Dat had uiteraard gevolgen voor de plaatselijke ecologie: die verdween, feitelijk. Er werd daarna nooit echt iets met het gebied gedaan: wederom werd een verlaten plek overgenomen door een uitzonderlijke fauna:

.. alleen al vijf van de zeldzaamste hommelsoorten van Groot-Brittannië en minstens driehonderd soorten nachtvlinders. Dertig van de ongewervelden die er voorkomen staan op de Britse rode lijst van bedreigde diersoorten. (p225)

Het is nu een natuurreservaat, opnieuw vanwege inmenging van natuurorganisaties, maar zoals gezegd: meestal gaat economie voor ecologie. Er zijn nog altijd ontwikkelingsplannen en het feit dat Canvey Island nú een natuurreservaat is betekent vermoedelijk alleen dat er een extra document getekend moet worden zodra plannen concreet worden.

Geld is het toverwoord: de grootste succesverhalen in Goulsons boek gaan over privé-projecten. Knepp Castle is bijvoorbeeld mogelijk omdat de huidige eigenaar het gebied heeft geërfd. Het is een prachtig initiatief, maar ik vind het eigenaardig dat natuur alleen ongestoord mag verwilderen als land privé-bezit is; als het de keuze van de eigenaar (tussen haakjes?) is. Over de rest – reservaten, openbaar groen, etcetera – valt blijkbaar te onderhandelen.

*

Wilde natuur, volgens Robert Macfarlane (in De laatste wildernis): de tomeloosheid van de groene natuur, de pure, woeste en chaotische kracht van het eindeloze, organische bestaan. Die tomeloosheid had niets van doen met onherbergzaamheid, maar alles met volheid, vitaliteit en plezier. Onkruid dat opschiet uit een barst in een stoep, een boomwortel die onbeschaamd door het asfaltpantser heen breekt: het waren evenzeer tekenen van vrije natuur als een vloedgolf of een sneeuwvlok.

dinsdag 28 november 2017

de regels gelden niet

Eerder dit jaar las ik het woeste boek Why I Am Not a Feminist van Jessa Crispin. Crispin is van mening dat het feminisme wordt misbruikt en deels is overgenomen door het systeem dat de suffragettes en eerste feministen juist verafschuwden: het patriarchaat, het kapitalisme. Ze is woest omdat het niet langer een beweging van verzet is, maar van verbetering. Verbetering wijst op participatie, terwijl verzet afkeuring betekent. En verzet is wat nodig is: het systeem is kapot, het blijft mensen buitensluiten op basis van ras, milieu, geaardheid, achtergrond, religie (etcetera). Het is aan vervanging toe: een likje verf doet geen wonderen als de fundatie verrot is.

Crispin:
The patriarchy is more than a matter of a woman's personal freedom. It is not us versus them. It is the system by which the powerful maintain their position through the control and the oppression of many. Misogyny, as well as racism, homophobia, and whatever word we will come up with to classify the pretty obvious fear and hatred of the impoverished that dominates our public life, is a logical outgrowth of the patriarchy. In order to take advantage of someone, in order to think of them as a resource to be exploited, it helps to dehumanize them. (p56)

Machthebbers vinden het vanzelfsprekend dat ze zich weinig tot geen zorgen hoeven te maken over onderdak, voedsel, onderwijs, recht, zorg. Sterker: het is alsof die macht een prestatie is, en het gevolg van het maken van de juiste keuzes. 

Deze machthebbers maken deel uit/ zijn de leiders van het patriarchaat. Of ze nu man of vrouw zijn.

*

Bij het lezen van Ariel Levy's memoir De regels gelden niet dacht ik regelmatig terug aan Jessa Crispins boek. Levy is wit, hoogopgeleid, en is zo iemand die een warm plekje toebedeeld heeft gekregen in de hiërarchie van het patriarchaat. Hoewel ze hier weet van heeft is het niet iets dat haar werkelijk bezig houdt.

Dat kan ze zich veroorloven. Haar boek getuigt hiervan.

Nu kun je zeggen: misschien is dit wat ze heeft geschreven om juist dát in beeld te brengen: veel mensen gebruiken wat er te gebruiken valt en willen zich geen zorgen hoeven maken om het lot van anderen. Anderen: zij die niet in Levy's bubbel wonen; zij, de mensen die ze in de brandende zon op velden ziet werken en ze van afstand identificeert als mensen uit Mexico of Guatemala; zij, de mensen die haar boodschappen komen brengen en Aziatisch of Latijns-Amerikaans zijn. Zij; de Anderen. 

Als dat haar bedoeling was had ze enige contemplatie moeten toepassen, ergens. Bovendien: white privilege is reeds alomtegenwoordig, er zijn voorbeelden te over. Juist omdat zij deel uitmaakt van die klasse had ze daar iets mee moeten doen, had ze er in ieder geval op papier over mogen nadenken. Levy erkent haar bevoorrechte positie, en de voor(oor)delen die dat met zich mee brengt, maar ze haalt tegelijkertijd haar schouders op; niets aan te doen.

Levy laat verdieping aldoor achterwege. Het boek is opvallend oppervlakkig.

*

Crispin:
Being marginalized should have awoken us to how the system works. It should have made us acutely aware of the other people who were not protected. Instead it made us selfish. It made us focused on our own advancement, our own entitlement. (p65)

*

Iets anders dat me opviel: Levy's feminisme is nogal ouderwets, en draait vooral om controle. Ik vraag me oprecht af of Levy wel eens een feministisch boek heeft gelezen dat niet door een witte vrouw is geschreven. Haar feminisme maakt deel uit, en gebruik, van het bestaande systeem, en Levy lijkt totaal niet geïnteresseerd in verzet of hervorming. 

Voorbeelden:

We zijn opgevoed met de gedachte dat we alles konden doen wat we maar wilden, dat we vrij waren om onszelf te zijn. En veel van de revolutionaire dromen van onze ouders waren ook uitgekomen. Een zwarte man kon zowaar president worden. Het was min of meer oké om homo te zijn, en zelfs om te trouwen als homo. Als vrouw kon je een veeleisende carrière hebben en hoefde je niet per se echtgenote of moeder te worden (ook al had het nog steeds de voorkeur: het oudevrijsterschap had zijn stigma nog bepaald niet verloren). (p20)

Vrouwen van mijn generatie kregen dankzij het feminisme de macht over ons handelen in de schoot geworpen: de overtuiging dat we zelf mochten uitmaken hoe we ons leven wilden leiden en wat er van ons zou worden. (p75)

Ik wilde wat zij ook wou, wat we allemaal willen: alles. We willen een maatje dat even vertrouwt voelt als familie en een exotische, verrassende bedgenoot. We willen jonge avonturiersters zijn en middelbare moeders. We willen intimiteit en autonomie, geborgenheid en spanning, geruststelling en het onbekende, gezelligheid en opwinding. (p96)

‘We’, schrijft Ariel Levy, maar ze sluit Anderen buiten door te generaliseren.

Het stoort mij dat een veelgelezen schrijver, door zichzelf en de media feminist genoemd, niet in de gaten heeft dat ze schade aanricht door bijvoorbeeld oeroude fabels over vrouwen en het moederschap in stand te houden. Het lijkt er op Levy daar niet bij heeft stilgestaan, en dat is mijn probleem met De regels gelden niet: het voelt alsof er niet, of maar half, over het werk is nagedacht. Het ontbreken van die reflectie is voor mij een groot struikelblok.

zaterdag 18 november 2017

external equivalents for truths

‘Flying over the desert yesterday, I found myself lifted out of my preoccupations by noticing suddenly that everything was curved. Seen whole from the ar, circumscribed by its global horizon, the earth confronted me bluntly as a context all its own, echoing that grand sweep. I had the startling impression that I was looking at something intelligent. Every delicate pulsation of color was met, matched, challenged, repulsed, embraced by another, none out of proportion, each at once unique and a proper part of the whole. The straight lines with which human beings have marked the land are impositions of a different intelligence, abstract in this arena of the natural. Looking down at these facts, I began to see my life as somewhere between these two orders of the natural and the abstract, belonging entirely neither to the one nor to the other.

In my work as an artist I am accustomed to sustaining such tensions: a familiar position between my senses, which are natural, and my intuition of an order they both mask and illuminate. When I draw a straight line or conceive of an arrangement of tangible elements all my own, I inevitably impose my own order on matter. I actualize this order, rendering it accessible to my senses. It is not so accessible until actualized.

An eye for this order is crucial for an artist. I notice that as I live from day to day, observing and feeling what goes on both inside and outside myself, certain aspects of what is happening adhere to me, as if magnetized by a center of psychic gravity. I have learned to trust this center, to rely on its acuity and to go along with its choices although the center itself remains mysterious to me. I sometimes feel as if I recognize my own experience. It is a feeling akin to that of unexpectedly meeting a friend in a strange place, of being at once startled and satisfied—startled to find outside myself what feels native to me, satisfied to be so met. It is exhilarating.

I have found that this process of selection, over which I have virtually no control, isolates those aspects of my experience that ar emost essential to me in my work because they echo my own attunement to what life presents me. It is as if there are external equivalents for truths which I already in some mysterious way know. In order to catch these equivalents, I have to stay turned on all the time, to keep my receptivity to what is around me totally open. Preconception is fatal to this process. Vulnerability is implicit in it; pain, inevitable.’

Anne Truitt, Daybook. The Journal of an Artist.

zaterdag 11 november 2017

forgetting your own head/ ali smith

To forget it, to forget what made us, where it might take us, it's like, I don't know. Forgetting your own head. (p312)

*

Winter: het gaat over familie en herinneringen en krenterigheid en fatsoen; en ja, het is een spookverhaal maar spookachtig op een nieuwe manier; spoken zijn flarden, minieme overblijfselen van wat ooit was, of misschien nog altijd is maar niet langer als waardevol wordt gezien door de meerderheid van de bevolking.

Spoken: wat er overblijft als aandacht alleen nog wordt gericht op het nu, het nu, almaar het nu. Dat nu dat voor een grote groep mensen geen relatie meer heeft met eerdere nu's: eerdere momenten: eerdere gebeurtenissen. Geschiedenis: het spookt.

Maar misschien kan iets ook spoken als het een leugen is: omdat het geen ondergrond heeft: het zweeft en heeft geen inhoud: het is nergens op gebaseerd. En toch is het er, want het heeft een vorm. Kleedt het aan en niemand kijkt naar waar het de grond zou moeten raken.

Misschien komt het hier op neer: copyright. Een van de personages merkt op dat bijna alles copyright heeft, tegenwoordig, behalve de natuur. En dus verdwijnt het.

Copyright. Controle hebben. Op het eigen product; over het eigen leven, de gang van zaken in het eigen leven. (Het leven als product zien: buitenkant.) In de gaten hebben en houden wat er gaande is. In Winter raken beide hoofdpersonen de controle kwijt. Ze weten wat ze weten maar ze weten niet wat ze niet weten. Gaten. (Niet dat weten garantie biedt. Wel biedt het uit-/inzicht.) Door omstandigheden (en omstanders) worden de twee gedwongen naar binnen te gaan, lichten te ontsteken in de duisternis. (Niet dat licht garantie biedt. Wel biedt het uit-/inzicht.)

*

Beelden, verhalen, mensen aan de vergetelheid ontrukt; meer spoken. Wel genoemd, niet afgebeeld, in Ali Smiths Winter (onder meer):

edouard boubat: ‘la petite fille aux feuilles mortes’
(the little girl with dead leaves)

magnolia stellata (stermagnolia)

het pantheon, rome

barbara hepworth
by ida kar,1961. national portrait gallery

*

That's what winter is: an exercise in remembering how to still yourself then how to come pliantly back to life again. An exercise in adapting yourself to whatever frozen or molten state it brings you. (p66)