duizelingen

Ik lees nu Duizelingen (vert. Ria van Hengel); het bevat plaatjes, woorden die ik op moest zoeken, en zinnen die ik drie keer wil lezen.

Het gaat over Stendhal, over Kafka (p. 121: ‘Wat het mooi is, schrijft hij, met een uitroepteken en in zo'n licht verbasterde formulering waarin de taal het de gevoelens even toestaat volkomen vrij te stromen. Wat het mooi is en wat het bij ons wordt onderschat!’), over Venetië (p. 47: ‘Zwaarbeladen, tot aan het boord in het water, trokken de boten voorbij. Ruisend doken ze op uit de nevel, doorploegden het aspicgroene water en verwenen weer in de witte luchtzwaden.’), over Casanova — Sebald vertelt prachtige verhalen, schrijft zonder opsmuk maar ook poëtisch —

Ik heb het nog niet uit, ben pas op bladzijde 123. 't Liefst zwerf ik nog wat langer rond in dit vreemde boek. Het is er donker. Het regent er veel en vaak. Er zijn vergezichten, en veel hoogten. Allerlei manieren om te verdwijnen. De hoofdpersoon, zijn naam is Sebald, heeft last van angsten die doen denken aan Kafka's angsten. (Het is een donker boek.)

Kafka in Venetië in de regen:

‘De volgende morgen stak dr. K. in licht stormachtig weer en enigszins geplaagd door zeeziekte de Adriatische Zee over. Nog lang nadat hij in Venetië, als je dat zo kunt zeggen, aan land is gegaan, voelt hij de golven in zijn lichaam doorrollen. In hotel Sandwirth, waar hij logeert, schrijft hij in een vlaag van optimisme, waarschijnlijk veroorzaakt door het geleidelijk afnemen van zijn misselijkheid, aan Felice in Berlijn dat hij zich nu, hoezeer het ook trilt in zijn hoofd, in de stad wil gaan storten en in dat wat die een reiziger zoals hem te bieden heeft. Zelfs de stromende regen, die de silhouetten met een gelijkmatig grijsgroen lazuur bedekt, schrijft hij, zal hem niet van zijn voornemen afbrengen, nee, integendeel, want des te beter zullen de dagen in Wenen van hem worden afgewassen. Toch is het vrij onwaarschijnlijk dat dr. K. het hotel op die vijftiende september nog heeft verlaten. Was het in feite al onmogelijk om hier überhaupt te zijn, hoeveel onmogelijker was het dan niet voor hem, die zich toch al op de grens van desintegratie bevond, om zich naar buiten te wagen onder die waterhemel, waaronder zelfs de stenen vervloeiden.’ (p. 119-120)

Ik verwachtte veel van Sebalds boeken. Te vaak zijn verwachtingen simpelweg niet eerlijk. Hoe zal ik ’t zeggen? Sebald is waar ik op had gehoopt. Het is prachtig geschreven, het is melancholisch en donker, het gaat over de natuur (de wereld, maar ook wijzelf), over geschiedenis en cultuur. Het gaat over verlangen en vernietiging, over rouw en verdwijnen.

Geen vrolijk boek dus, misschien, en er is geen plot. Sebalds boeken zijn niet voor iedereen. Maar wel voor mij. Wel voor mij.

2 opmerkingen:

  1. Misschien ook wel iets voor mij...ik wacht met spanning op de vervolgblog!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. misschien wel, ja; ik vind het lastig in te schatten voor welke lezer Sebald precies schreef (als hij al een lezer in gedachte had).
      maar, omdat ik Duizelingen als slenterliteratuur categoriseer, en jij erg genoot van Nootebooms reisboek over Santiago, vermoed ik dat jij dit wel zal kunnen waarderen..

      Verwijderen

//

quoi?

ada limón adrienne rich ali smith alice notley alice oswald anne boyer anne brontë anne carson anne truitt anne vegter annie dillard antjie krog audre lorde bhanu kapil carry van bruggen catherine lacey cees nooteboom charlotte brontë charlotte salomon chimamanda ngozi adichie chris kraus christa wolf claire messud claire vaye watkins clarice lispector david whyte deborah levy durga chew-bose elif batuman elizabeth strout emily brontë emily dickinson emily ruskovich ester naomi perquin etty hillesum f. scott fitzgerald feminisme fernando pessoa han kang helen macdonald henri bergson henry david thoreau hermione lee herta müller jan zwicky janet malcolm jean rhys jeanette winterson jenny offill jessa crispin joan didion john berryman joke j. hermsen josefine klougart kate zambreno katherine mansfield kathleen jamie katja petrowskaja krista tippett layli long soldier leonard koren leonora carrington leslie jamison louise glück maggie anderson maggie nelson marcel proust margaret atwood maría gainza marie darrieussecq marie howe marja pruis mary oliver mary ruefle neil astley olivia laing patricia de martelaere paul celan paula modersohn-becker poetry poëzie rachel cusk rainer maria rilke raymond carver rebecca solnit robert macfarlane sara ahmed sara maitland seamus heaney siri hustvedt stefan zweig susan sontag svetlana alexijevitsj sylvia plath ta-nehisi coates teju cole terry tempest williams tess gallagher tjitske jansen tomas tranströmer tracy k. smith valeria luiselli virginia woolf vita sackville-west w.g. sebald yiyun li zadie smith

Blogarchief